Het zuiden van de Verenigde Staten is bekend door de muziek en de banden tussen families. Beiden komen tot uiting in Black Stone Cherry, een band uit Kentucky die ‘southern rock’ opnieuw op de kaart zet. BSC is onconventioneel: Ze nemen de grootse klassieke rock en modernizeren het met elementen uit hun eigen ‘roots’ en de moderne hardrock. Er zijn maar weinig jonge bands – het oudste bandlid is 23 – die zo krachtig en afwisselend klinken. Ze zijn hard & heavy, maar de liefde voor ‘southern rock’ zit in hun bloed en in hun omgeving. De band komt uit Edmonton, een klein dorpje in het zuiden van Kentucky waar al jaren geen alcohol verkocht mag worden en waar weinig spannends gebeurd. Voor velen, waaronder de bandleden van BSC, is muziek een uitweg. “Er zijn veel ‘bluegrass’ en gospel groepen waar we allemaal van houden,” zegt Ben. Door al deze muziek is het geen wonder dat de families van de bandleden een muzikale traditie er op na houden door hun ouders en grootouders. John Fred’s vader Richard is een van de oprichters van de Grammy Award-winnende groep Kentucky Headhunters, en Jon’s grootoom was een jazz drummer. Chris ontving zijn eerste gitaar van zijn opa die zelf instrumenten bouwde, en leerde zijn eerste akkoorden van zijn vader. En het was niet alleen hun familie die de band aanspoorde om muziek te maken: Wanneer Chris zich moest melden bij de schoolrector eindigde hij vaak met een muzikale jamsessie in het kantoor van de beste man.
Dankzij deze muzikale omgeving en support was BSC in staat om een geluid te creëren dat niet mainstream was. “Als je uit een gebied komt waar er geen competitie is tussen bands die dezelfde muziek maken ga je automatisch je eigen stijl ontwikkelen,” legt John Fred uit. Robertson is het er mee eens: “Hier in ‘the middle of nowhere’ moet je wel je eigen ding doen, puur om jezelf bezig te houden.” Chris en John Fred begonnen hun muzikale avontuur op de middelbare school, en al snel sloten Jon en Ben zich aan bij het duo en de band was gevormd. Black Stone Cherry bezette en repeteerde in een honderd jaar oud oefenhuis, wat het domein was van de Kentucky Headhunters sinds 1968. Er hing een speciale sfeer, de muren waren volgeplakt met posters, flyers en albumhoezen. “We groeiden hier op en keken vaak naar deze posters, en we zagen ons al in de slaapkamers hangen. Het motiveerde ons om dat doel te bereiken.”
Terwijl er echo’s van het verleden in hun muziek te horen valt – de muzikaliteit van Led Zeppelin en de eerlijkheid van Lynyrd Skynyrd en The Black Crows – is dit enkel een fundament voor de ‘vol gas vooruit’ hardrock met scheurende gitaren en donderende drums. Ze klinken net zo ruw als Soundgarden, net zo heavy en fun als AC/DC, maar het niveau van de nummers zorgt er voor dat ze klinken als geen ander. Op het nummer “Lonely Train” heeft de band geen moeite met het combineren van bluesriffs die doen denken aan Guns N Roses en Alice in Chains , een pakkend nummer over de effecten die een oorlog achterlaat op de familie van een soldaat. Met het tierende “Backwoods Gold” laat BSC horen dat ze ook goed zijn in het vertellen van verhalen: Het nummer gaat over een lokale man die tijdens de drooglegging ‘moonshine’ (drank) smokkelde vanuit de ijzerzaak in zijn dorp. Deze afwisseling was intentioneel zegt John Fred: “We wilden diep graven en iets compleet anders laten horen dan dat wat er gaande was. Onze muziek moet pakkend zijn voor mensen, iets wat anders is dan wat je vandaag de dag hoort maar ook iets wat je doet herinneren aan de grote rock iconen van vroeger.”
Heel Edmonton omarmt de band, van kinderen van acht tot bejaarden van tachtig. “Mensen hoorden dat er een groep jongelui speelde in de ouderwetse muziekclubs, en wij zorgden ervoor dat het een rock & roll feest werd,” herinnerd Ben. Het stadje ging al snel overstag. Na de afronding van de opnames van hun debuutalbum speelde de band een show voor 1500 mensen in de gymzaal van hun middelbare school, en het was diezelfde schoolrector die hen opnieuw uitnodigde om te komen spelen toen het album uit kwam via In De Goot/Roadrunner Records.
Het gelijknamige debuutalbum is, hoe kan het ook anders, opgenomen in Kentucky met hulp van vrienden en familie. John Fred’s vader verzorgde samen met technicus David Barrick de productie van het album. Kevin Shirley (befaamd van Aerosmith’s “Nine Lives” en Led Zeppelin’s “How The West was Won” tekende voor de mix van het album. Chris vertelt: “We hebben het opgenomen zoals men dat vroeger deed. Het is menselijk, zonder poespas.” Jon voegt toe: “Het gaat om de ‘groove’, en de manier hoe mensen daardoor gaan bewegen.” Het album vangt de kinetische energie en kracht van de liveshow van de band, en laat horen dat Black Stone Cherry echte “southern originals” zijn. Of zoals Ben het stelt: “Wij zijn een straight ahead, in your face rock & roll band die de waarheid vertelt en die soms verder dan de verbeelding durft uit te rekken.”
Media Player
Laatste Release
Tour Data
Bandleden
Chris Robertson
Ben Wells
John Lawhon
Jon Fred Young













